Blog: Wendbaar vakmanschap in lerende organisaties

31-01-2019 274 keer bekeken

Sinds 2013 zijn we in het CIV Agri & Food aan het ontdekken hoe we studenten en werkenden wendbaar en vaardig kunnen krijgen en houden. In deze blog deel ik graag de inzichten die vanuit deze projecten zijn opgedaan en die hebben geleidt tot de PPS Wendbaar vakmanschap in lerende organisaties.

Arry Verhage

Ontwikkeling van mensen is de sleutel tot succes.
Vanuit mijn rol als projectleider zie ik een toenemende behoefte om scholing en ontwikkeling meer een onderdeel te maken van het werken. Binnen de foodsector is een visie op opleiden ontwikkelt onder de titel Leren en werken, werken en leren. Vanuit deze visie zijn inmiddels in verschillende regio’s pps-en gestart. Omdat ik merk dat meerdere sectoren hiermee bezig zijn wil ik graag onze inzichten delen en hoop ik als reactie hierop weer input te krijgen waar wij ons voordeel mee kunnen doen.

Responsief beroepsonderwijs
Eén van de lessen die getrokken kan worden uit de financiële crisis, is dat bedrijven wendbaar (agile) dienen te zijn. In staat om snel in te spelen op veranderende marktomstandigheden. Dit vraagt op mbo-niveau om wendbare vakmensen. Medewerkers met een pro-actieve houding en regie op eigen ontwikkeling. Hiervoor hebben we responsief beroepsonderwijs nodig, oftewel onderwijs dat snel in kan spelen op deze ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Op verschillende plaatsen in Nederland zijn scholen hiermee bezig. In dit artikel is beschreven hoe vanuit de PPS Wendbaar vakmanschap in lerende organisaties hier mee omgegaan wordt.

Vakman nieuwe stijl
Een aantal jaren geleden ontstond het beeld dat in industriële productieomgevingen in de toekomst alleen MBO medewerkers op niveau 4 nodig waren. Bedrijven benoemden echter benodigde kwaliteiten van medewerkers die vooral met basishouding en inzet van persoonlijke kwaliteiten te maken hadden. En niet met niveau 4 kennis en vaardigheden. Competenties die niet per se voorbehouden te hoeven te zijn aan het mbo opleidingsniveau 4. De gewenste kwaliteiten bleken goed aan te sluiten bij het TNO programma “Vakman nieuwe stijl”. Vanuit MBO Life Sciences en het CIV Food Noord is het initiatief genomen om samen met 10 bedrijven, TNO en de gemeente Leeuwarden te onderzoeken welke stappen genomen moesten worden om hierop in te spelen. Uiteindelijk heeft dit geleidt tot de PPS Wendbaar vakmanschap in lerende organisaties.

Visie en kenmerken
De verbindende kracht van het project ‘Wendbaar Vakmanschap in Lerende Organisaties’, is de gemeenschappelijke visie op de ontwikkeling van mensen. Een visie die ervoor moet zorgen dat de verschillende activiteiten binnen het project op elkaar aansluiten en elkaar versterken. De visie is gestoeld op een aantal elementen:
- Ontwikkelen van mensen is de sleutel tot succes;
- Wendbaar Vakmanschap is nodig in toekomstige werkomgevingen;
- Lerende organisaties stimuleren eigen vakmanschap en de ontwikkeling daarvan;
- Continu verbeteren;
- Werken = Leren = Innoveren: leven lang ontwikkelen, formeel en informeel;
- TNO Vakman nieuwe stijl: inzet persoonlijke kwaliteiten en beroepshouding.

Hierbij zijn de kenmerken van het wendbare vakmanschap:
- Regie nemen op eigen ontwikkeling;
- Eigen netwerk ontwikkelen en benutten;
- Vertrouwen in eigen kunnen;
- Bewust zijn van plaats en rol in organisatie en daar een bijdrage aan leveren;
- Continu gericht op verbeteren.

Onderlinge afhankelijkheid
De ontwikkeling van Wendbaar vakmanschap heeft zowel betrekking op studenten als op werkenden. Voor beiden wordt een omgeving gecreëerd waarin ze de kenmerken van het wendbare vakmanschap kunnen ontwikkelen. De echte praktijk en eigen leervragen staan centraal. Dit stelt nieuwe eisen aan de school, de docenten en de bedrijven. De school ontwikkelt zich tot lerende school, docenten tot wendbare docenten en de bedrijven tot lerende organisaties. Hierbij zijn school, docenten en bedrijven onderling van elkaar afhankelijk en wordt de ontwikkeling in gezamenlijkheid gemaakt.

Eigen regie
Een van de kenmerken van de wendbare vakman is een hoge mate van regie op eigen ontwikkeling. Het leren op eigen initiatief moet flexibel en facilitair een leven lang worden ondersteund. Hiervoor is bij MBO Life Sciences en de opleidingen techniek van het Friesland College, de Facilitaire LeerOmgeving voor Techniek en Technologie (FLOTT) ingericht. FLOTT gaat uit van de hybride leeromgeving waarbij zowel in het bedrijf als in geconditioneerde omgevingen kan worden geleerd en mensen zich kunnen ontwikkelen. Het leerproces kan starten vanuit “weten en kennen”, maar ook vanuit de ervaringen in de praktijk: “doen en ervaren”. Een groot aantal werkvormen zijn volledig facilitair beschikbaar. Het benutten van zoveel mogelijk kwadranten verhoogt het leereffect (Ilya Zitter, Hogeschool Utrecht).

Door de praktijk te verbinden met casuïstiek, practica en intervisie ontstaan krachtige instrumenten. De begeleiding vindt plaats vanuit de visie op wendbaar vakmanschap en lerende organisaties. In de praktijk kan worden gekozen voor andere werkvormen om de ontwikkeling van de deelnemer te stimuleren.

De beschikbaarheid van bronnen die passen bij de werkvormen ondersteunen het proces.

Aangetoond is dat in dit model op de grenzen van de kwadranten veel ontwikkeling van de deelnemers plaatsvindt. Door meerdere gebieden vanuit een uitgangspunt te doorsnijden is het leereffect zeer groot.

Meer informatie is te vinden op de projectwebsite: http://wvlo.nl/

Arry Verhage,
Projectleider CIV Agri & Food
Projectleider Wendbaar Vakmanschap in Lerende Organisaties.

Contact
Katapult
Oranjebuitensingel 6
2511 VE Den Haag

070-3119717
hallo@wijzijnkatapult.nl 

 

 

 

 

 

 

 

BLIJF OP DE HOOGTE STEL JE VRAAG       PRIVACY    CC BY-NC 

VOLG ONS OP