Pps’en die werken aan praktijkgericht onderzoek ontwikkelen vaak innovatieve onderwijsvormen (in bijv. fieldlabs, living labs of Communities for Development) waarin vraagstukken uit de praktijk centraal worden gesteld waaromheen onderzoeksgroepen van studenten, docenten, docentonderzoekers en/of professionals uit de praktijk worden gevormd.

#(Praktijkgericht) onderzoek

Pps’en die werken aan praktijkgericht onderzoek ontwikkelen vaak innovatieve onderwijsvormen (in bijv. fieldlabs, living labs of Communities for Development) waarin vraagstukken uit de praktijk centraal worden gesteld waaromheen onderzoeksgroepen van studenten, docenten, docentonderzoekers en/of professionals uit de praktijk worden gevormd. Dit gaat verder dan het zoeken naar een oplossing voor een specifiek probleem van een bedrijf, maar om het ontwikkelen van meer generieke kennis. Dit gaat echter niet om het ontwikkelen van kennis op zich: de bedoeling is vooral ook dat dat disseminatie van de ontwikkelde kennis plaatsvindt naar andere bedrijven dan die de vraagstukken hebben aangedragen, en dat doorwerking ervan in het onderwijs zorgt voor een hogere onderwijskwaliteit. Idealiter leidt het ene onderzoeksproject tot een volgende, waardoor een programma ontstaat.

Waar gaat het om

  • Beroepsonderwijs en bedrijfsleven ontwikkelen samen kennis en/of doorbraken op complexe maatschappelijke thema’s in de regio (bijv. op gebied zorg, energie, water, wonen, veiligheid etc.).
  • Ontwikkelen van onderzoekende vaardigheden van docenten en studenten.
  • Doorwerking van onderzoeksresultaten naar onderwijs en beroepspraktijk.

Wat gebeurt er dan

  • Multidisciplinair, vaak ook mbo en hbo samen, werken aan vraagstukken uit de praktijk (van bedrijven maar bijv. ook gemeenten).
  • Lectoren/practoren zorgen vaak voor de verbinding van partners uit onderwijs en bedrijfsleven, zijn katalysator van onderzoeksvragen, onderzoeken/beschrijven/publiceren nieuwe onderwijsmodellen, brengen inhoudelijke expertise in.

Wat voor een soort partners vraagt dit

  • Onderwijsinstellingen met een netwerk van relevante partijen in de regio, en beschikt over voldoende onderzoeksvaardigheden (docenten/docentonderzoekers, lectoren, practoren).
  • Werkveldpartners die zich voor langere tijd willen verbinden aan de pps en een positie hebben in het regionale ecosysteem, en in de vraagstukken die daar spelen.
  • Eventueel kennisinstellingen TO2 (TNO, ECN, etc) en WO.

Wat zijn globaal de afspraken waar je aan moet denken

  • Een duidelijke onderzoeksagenda die richting geeft aan de projecten.
  • Programmatische aanpak: projecten die niet alleen op zichzelf staan maar (ook) op elkaar voortbouwen, en daarmee in samenhang bijdragen aan een groter thema.
  • Betrokkenheid partners (bedrijven, mbo, hbo, wo) bij inhoud en vormgeving van onderwijs en onderzoek. Bijv. door te participeren in kenniskringen en kenniscirculatie.
  • Vraagt aan de kant van de onderwijsinstelling flexibiliteit om docenten en studenten met onderzoeksvragen aan de slag te laten gaan (vrijroosteren docenten; vrije ruimte in opleidingsprogramma's voor onderzoek).

Waar is een goed voorbeeld te vinden

  • Delta Platform (complexe, multidisciplinaire onderzoeksprogramma’s in regionale living labs),
  • CoE Healthy Ageing (multidisciplinaire langlopende projecten in innovatiewerkplaatsen)
  • TechForFuture (groot portfolio van toegepaste onderzoeksprojecten)
  • Pps Model voor regionaal co-makership (gericht op duurzame innovaties binnen thema’s in Noord-Nederland, combinatie van practoraat (Alfa-college) en lectoraat (NHL/Stenden)