De beste docent is meestal je eigen collega

Als het gaat over leren en ontwikkelen op het werk, denken veel mensen nog steeds aan een klaslokaal. Aan stilzitten, luisteren naar een docent en aantekeningen maken. Maar in de praktijk leren medewerkers vaak op een heel andere manier.

Dat ziet ook mkb-ondernemer Cor van Vilsteren, directeur van staalproducent MCM. Wanneer medewerkers het woord opleiding horen, ziet hij soms direct een reactie. Niet iedereen wordt enthousiast van het idee om weer in de schoolbanken te zitten. “Vooral als leren vroeger niet hun favoriete bezigheid was,” vertelt hij. “Maar leren hoeft helemaal niet zo te werken.” Bij MCM gebeurt leren namelijk grotendeels in de praktijk. Ongeveer 70 procent van wat medewerkers leren, doen ze op de werkvloer zelf. De overige 30 procent gebeurt extern, bijvoorbeeld via trainingen, cursussen of opleidingen.

Leren gebeurt vaak gewoon tijdens het werk

In de dagelijkse praktijk zijn er bij MCM allerlei manieren waarop medewerkers zich ontwikkelen. Soms wordt er een instructeur ingehuurd die uitleg geeft op de werkvloer. Of een fysiotherapeut die laat zien hoe medewerkers beter en veiliger kunnen tillen. Ook kan een coach helpen bij persoonlijke uitdagingen, zoals het overwinnen van spreekangst. Maar het meeste leren gebeurt op een veel informelere manier, tijdens het samenwerken delen collega’s kennis met elkaar. Ze geven tips, laten zien hoe iets beter kan of zoeken samen informatie op. Vaak gaat dat bijna vanzelf. “Eigenlijk zijn we continu bezig om elkaar beter te maken,” zegt Van Vilsteren. “Ook al staan we daar niet altijd bewust bij stil.” Dit soort leren wordt ook wel informeel leren genoemd, leren dat ontstaat in het werk zelf.

Informeel leren stimuleren in het mkb

Juist dat informele leren speelt een belangrijke rol in het mkb. Om ondernemers hierbij te ondersteunen, is het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gestart met de campagne ‘Leren op de werkvloer levert aardig wat op’. Een van de hulpmiddelen daarbij is de Quickscan Leercultuur op mijnleercultuur.nl. Daarmee kunnen bedrijven in een paar minuten ontdekken hoe het staat met leren en ontwikkelen binnen hun organisatie – en waar nog kansen liggen. Bij MCM wordt bewust gekeken naar hoe medewerkers van elkaar kunnen leren. Dat begint al bij het samenwerken. Vaak wordt een nieuwe medewerker gekoppeld aan een ervaren collega. Maar bij MCM kijken ze soms ook naar andere combinaties. Zo werkt een bbl-leerling - iemand die werken en leren combineert - regelmatig samen met iemand die diezelfde leerweg nog maar een paar jaar geleden heeft afgerond. “Die collega is misschien maar een paar jaar ouder en spreekt dezelfde taal,” zegt Van Vilsteren. “Dat maakt het makkelijker om vragen te stellen en van elkaar te leren.”

Ook ervaren medewerkers spelen een belangrijke rol in het overdragen van kennis. Soms vinden zij dat spannend, bijvoorbeeld omdat ze bang zijn dat hun kennis wordt overgenomen en hun baan daardoor minder zeker wordt. “Maar juist hun ervaring is ontzettend waardevol,” benadrukt Van Vilsteren. “Door hun kennis te delen kunnen we ervoor zorgen dat ze langer inzetbaar blijven. Soms betekent dat ook dat we hun werk iets aanpassen of verlichten.”

Blijven leren is belangrijk voor iedereen

Leren en ontwikkelen is niet alleen belangrijk voor jonge medewerkers, ook ervaren collega’s moeten blijven meebewegen met veranderingen. Technologische ontwikkelingen, zoals automatisering en digitalisering, zorgen ervoor dat werk verandert. Daarom probeert MCM medewerkers op verschillende manieren te stimuleren om nieuwe dingen te leren. Zo wordt er bijvoorbeeld gewerkt aan een meer digitale werkwijze. De ICT-afdeling ontwikkelde software waarmee medewerkers eenvoudig kunnen zien hoeveel onderdelen van een order nog moeten binnenkomen. “Door het werk visueler en makkelijker te maken, wordt het gebruik van digitale systemen ook toegankelijker voor iedereen,” legt Van Vilsteren uit.

Volgens Van Vilsteren is leren en ontwikkelen voor veel mkb-ondernemers een uitdaging. Zeker in kleinere bedrijven, waar de directeur vaak meerdere rollen tegelijk vervult. “Je bent directeur, HR-adviseur en praktijkbegeleider tegelijk,” zegt hij. “Dan moet je alles er eigenlijk ‘even bij doen’.” Toch hoeft dat geen belemmering te zijn. Samenwerken met andere bedrijven en onderwijsinstellingen kan veel opleveren. MCM werkt bijvoorbeeld samen met andere maakbedrijven in de regio in een innovatiecluster. Praktijkopleiders wisselen ervaringen uit en er wordt intensief samengewerkt met scholen. “Door samen te werken hebben we meer slagkracht. We sparren met elkaar en met onderwijsinstellingen.”

Investeren in de toekomst van techniek

De samenwerking met scholen is ook belangrijk om jongeren enthousiast te maken voor techniek. Bij MCM lopen regelmatig bbl’ers en stagiairs rond. Ook worden basisscholen uitgenodigd om een kijkje te komen nemen in het bedrijf. “Als je mensen wil aantrekken voor techniek, moet je laten zien hoe mooi het vak is,” zegt Van Vilsteren. “Daarvoor moet je je bedrijf openstellen.” Volgens Van Vilsteren levert investeren in leren en ontwikkelen uiteindelijk veel op. Medewerkers die zich kunnen ontwikkelen, blijven gemotiveerd en werken met meer plezier. Dat heeft direct effect op de organisatie. “Als je niet investeert in een goede sfeer en een leercultuur, loop je als bedrijf uiteindelijk leeg,” zegt hij. “Op de lange termijn is het voor zowel medewerkers als bedrijf veel gezonder om hier bewust mee bezig te zijn.”

Dit artikel is gebaseerd op een eerder verschenen artikel in De Telegraaf: ‘De beste docent is je eigen collega’.