En later zijn we pas aan de baas gaan vragen of het mochtJames Veenhoff - Denim City

Waarom Katapult

Exponentiële veranderingen technologisch én sociaal maatschappelijk…

De impact van technologie op de samenleving is groot en neemt in de toekomst alleen maar toe, dat voorspellen onder andere de WRR en de Boston Consulting Group. Er zijn boekenkasten vol geschreven over de gevolgen van technologische veranderingen op maatschappij en mens. De een voorspelt dat niemand meer een baan heeft, terwijl de ander juist een overvloed aan nieuwe banen ziet opkomen. Over één ding zijn alle auteurs het eens: aanwezigheid van menselijk kapitaal is essentieel voor economische groei en innovatie om maatschappelijke problemen op te lossen.

In de toekomst zal technologie de wereld nog veel verder en sneller veranderen. Door innovaties, voortkomend uit bijvoorbeeld robotica, kunstmatige intelligentie, digitalisering, 3D-printen en het Internet der Dingen. Ook technologieën die zich nu nog onder de publieke radar ontwikkelen, zoals bijvoorbeeld de blockchain, zullen impact krijgen. Door technologische innovaties verdwijnen banen. De (recente) geschiedenis laat echter ook zien dat nieuwe banen, of nieuwe invullingen van banen, daarvoor in de plaats komen. In de jaren negentig hadden we nog niet gehoord van banen als zorg-monteur, app-ontwikkelaar of vlogger. Een secretaresse deed voor de komst van de computer heel ander werk dan nu. Veel kinderen die nu met de basisschool beginnen, gaan uiteindelijk werken in een baan die nu nog niet bestaat.

Daarnaast hebben technologische ontwikkelingen, zoals digitalisering, grote gevolgen voor hoe we wonen, werken en leren; voor hoe wij gezondheid bevorderen en ziekte tegengaan; voor hoe wij omgaan met vrijheid en veiligheid; voor de rol van informatie en kennis, van industrie, veiligheid en mobiliteit, van culturele identiteit en sociale ongelijkheid, van consumptie en duurzaamheid, van bestuur en democratie. Businessmodellen veranderen drastisch, en de gemiddelde levensverwachting van bedrijven verandert radicaal. Slecht aangepaste bedrijven en sectoren worden vatbaar voor marktdisrupties, met grote gevolgen voor arbeidsmarkt en economie. Digitale technologie zal moeten worden gebruikt om afnemers te begrijpen en vast te houden.

Ook arbeidskrachten die onvoldoende bij de tijd blijven gaan problemen ondervinden. Kunnen maatschappij en de arbeidsmarkt de opmars van automatisering en steeds intelligentere robots aan? Welke gevolgen hebben nieuwe productiemethoden, nieuwe vormen van dienstverlening en verdwijnende bedrijven en bedrijfstakken voor werkzekerheid, voor werkbelasting, voor bijscholing, voor pensioenen? Hoe zorgen we dat technologie menselijk blijft? Hoe brengen we tech-onderzoekers dichter bij de eindgebruiker of de maatschappij? Voor het onderwijs zal digitale technologie grote gevolgen blijven hebben. Van jong tot oud moeten burgers zich kunnen blijven ontwikkelen door middel van effectieve, efficiënte en relevante vormen van onderwijs. Digitalisering zorgt ook voor een behoefte aan nieuwe, data-gerelateerde deskundigheid, en dus aan onderwijs op zulke gebieden. Ondanks de veranderingen, zullen naar verwachting gespecialiseerde vaklieden nodig blijven. Een verpleegkundige moet met patiënten om kunnen gaan, maar ook data kunnen analyseren en met technologische hulpmiddelen kunnen werken (bv. om de patiënt op afstand te monitoren).

Technologische veranderingen hebben ook effect op zaken als de organisatie van werk (nieuwe bedrijfsmodellen, bijvoorbeeld) en op de kenmerken van een bedrijf (vervallen en verschuiven van taken). Het is dan ook niet vreemd dat er onrust bestaat over de impact van nieuwe technologieën. Als we de kansen willen pakken die dat oplevert, zullen we moeten investeren in zelfredzame mensen. In toenemende mate wordt een ondernemende en onderzoekende houding gezien als essentiële vaardigheid voor de 21ste eeuw: mensen die innovatief en proactief handelen in een onzekere en snel veranderende context. Zelfredzaamheid gaat breder dan de vraag naar bèta-technici (wat gezien recente arbeidsmarktprognoses een aandachtspunt blijft): voor vrijwel alle banen is een steeds hoger niveau van digitale vaardigheden/geletterdheid nodig. Het gaat niet alleen om een technische student, maar ook om de verpleegkundige die data moet kunnen lezen, de onderwijzer die techniek in alle vakken tot leven moet kunnen laten komen, de bestuurder die weet hoe de techniek zich ontwikkelt, de bankmanager die moet beslissen of er wel niet geïnvesteerd moet worden in een project, etc. Als we met z'n allen kijken naar techniek voor oplossingen van maatschappelijke vraagstukken, dan moeten we ook weten waar dit om gaat en wat er nodig is. Technologen werken niet in isolatie aan oplossingen, maar samen met anderen. Dan creëren we de win-win die we zoeken. En dat betekent dat dit iedereen raakt.

Tot slot zijn er tal van maatschappelijke uitdagingen die we het hoofd moeten bieden. Hoe zorgen we dat we klimaatverandering omkeren? Hoe ontwerpen we een maatschappij waarin iedereen mee kan? Etc.

…vragen om een exponentiële aanpak…

In toenemende mate worden regionale ecosystemen gezien als de belangrijkste plekken waar een succesvolle transitie in gang wordt gezet. In dergelijke gemeenschappen wordt leren, werken en innoveren met elkaar verbonden. Overheden, ondernemers, werkenden en onderwijs- en kennisinstellingen werken op gelijkwaardige basis met elkaar samen en investeren hierin. Het vermogen van mensen om zich aan te kunnen passen, staat of valt met het regionaal DNA en de ontwikkeling daarvan. Hiervoor zijn de juiste spelers per regio nodig, die met elkaar bepalen waar ze naar toe werken en waar er gezamenlijk in geïnvesteerd wordt.

…en beroepsonderwijs dat exponentieel ontwikkelt.

Nederland heeft state-of-the-art beroepsonderwijs. Het is wereldwijd vermaard en levert goede werknemers op dat kan switchen tussen rollen, functies en banen bij verschillende werkgevers. Er is ook veel in innovatie geïnvesteerd, met mooie resultaten. Toch gaat deze ontwikkeling niet snel genoeg. Welke factoren spelen een rol in de snelheid van onderwijs- en arbeidsmarktinnovatie?

Veel heeft te maken met de manier waarop het onderwijs georganiseerd en gestructureerd is. Belangrijk, omdat het de kwaliteit van onderwijs en leerlingen bewaakt. Kwalificatiedossiers, curricula, controlemechanismen zoals de onderwijsinspectie etc, borgen de kwaliteit van ons onderwijs, zodat iemand met een diploma ook daadwerkelijk de arbeidsmarkt kan betreden. Deze traditionele manier van onderwijs met curriculum of kwalificatiedossier volstaat echter niet om de technologische, sociale en institutionele innovaties doorlopend te laten landen in het onderwijs. Anders gezegd: de lineaire onderwijsinnovatie houdt de exponentiele technologische en sociale innovatie niet bij. Om die snel veranderende werkelijkheid bij te benen moeten onderwijs en praktijk structureel met elkaar samenwerken in een experimentele setting. Dat is in de afgelopen jaren veelvuldig gebeurd in de centra.

in het bedrijfsleven zijn er belangrijke ontwikkelingen te duiden. Veranderingen binnen sectoren zijn enorm. Er zijn in toenemende mate mensen nodig die de transitie kunnen maken, binnen en buiten de sector. Dat vraagt om na- en bijscholing van mensen binnen én buiten het arbeidsproces. Centra kunnen daarin als geen ander een rol vervullen.

Onzekerheid

Bepaalde technologische innovaties zijn nu veelbelovend, maar blijken in de toekomst wellicht niet het gouden ei. Zie bijvoorbeeld in de mobiliteit: enige tijd geleden leken waterstofauto’s veelbelovend, terwijl elektrische auto’s nu een waarschijnlijker scenario zijn voor grootschalig personenvervoer. Onzekerheid over de toekomst speelt een bepalende rol in innovatie en transitie. Ook in onderwijsinnovatie zijn meerdere scenario’s denkbaar. Dat de impact van digitalisering toeneemt is duidelijk, maar tot welke scenario’s leidt dat? Is een school zonder docenten denkbaar, zoals bijvoorbeeld 42-university in Parijs en San Francisco? Of een kwalificatie zonder één stap in een schoolgebouw te zetten, bijvoorbeeld door volledig online onderwijs? De tijd zal het leren, maar intussen is het noodzaak om met alle mogelijkheden te experimenteren. De Centra zijn daarvoor een goede omgeving. Mislukken mag, ervan leren moet.

Cultuur

Daarnaast spelen er culturele aspecten die vertragend of juist versnellend werken in de innovatie van onderwijs- en arbeidsmarkt. Er bestaat een gevoel dat er weinig vrijheid is voor experimenten in onderwijs en aansluiting arbeidsmarkt. In de centra zijn weliswaar innovatieve vormen van nieuw onderwijs ontwikkeld, maar hier speelt dat men belemmeringen ervaart om deze in het hart van het beroepsonderwijs te krijgen.

Docenten blijken een bepalende rol te hebben om te versnellen, maar er is ook een grote groep die moeite heeft het tempo bij te benen, of zelfs weerstand biedt. Dat is niet meer dan normaal, maar wel een gegeven waar we iets mee moeten wanneer innovaties gereed zijn om op te schalen.

Ook blijkt het geen sinecure om goed werkende, zichzelf bedruipende publiek-private samenwerkingen op te zetten in het beroepsonderwijs. Er zijn veel goede voorbeelden van samenwerkingen waarin bedrijven in-kind investeren met machines en uren, vaak op basis van een gevoelde verantwoordelijkheid om een bijdrage te leveren aan het onderwijs. Onderwijs blijft echter de core-business van de instellingen. Aan de andere kant van het spectrum zijn er goede voorbeelden van centra die producten en diensten leveren waarvoor het bedrijfsleven bereid is te betalen. Bijvoorbeeld onderwijsmodules die voor leven lang leren van werknemers kunnen worden ingezet. In het hbo is het bedrijfsleven bereid om te betalen voor toegepast onderzoek. Er valt met name in het mbo echter wel wat te winnen waar het gaat om het creëren van in cash betaalde toegevoegde waarde vanuit het onderwijs naar het bedrijfsleven. Denk bijvoorbeeld aan de toegevoegde waarde van leerlingen, die met een 21-century blik en met intrinsieke 21-first century skills reflecteren op de bedrijfsvraagstukken van deze tijd. Of het betrekken van start-ups in pps-projecten. PPS-en zijn goede matchmakers, goed in het verbinden van partijen in programma’s en projecten, zouden dat ook met nieuwe partners kunnen doen.

Met dank aan Jorg van Velzen.

Contact
Katapult
Oranjebuitensingel 6
2511 VE Den Haag

070-3119717
hallo@wijzijnkatapult.nl