Procesoperator in drinkwatersector

In de samenwerkingsverbanden worden prachtige resultaten geboekt op het gebied van onderwijs, innovatie, onderzoek en ondernemerschap. Bekijk hieronder de resultaten van samenwerken. We zijn heel nieuwsgierig naar jouw favorieten, dus stem gerust! Jouw best practise hier? Neem dan even contact op.

De vraag is al vaker gesteld: “Wat levert zo’n Centrum voor innovatief vakmanschap of Centre of Expertise nu op?”.

Op maart 10 jl., tijdens de verdiepingsdag voor de Centra hoorde Pieter Hoekstra, projectleider bij CIV Water te Leeuwaren de nadrukkelijke uitnodiging van het Platform Bèta Techniek om met de centrumresultaten in de spotlight te staan. Hij bedacht zich niet. “We zijn misschien wel bescheiden en slaan niet graag op de trom, maar ons Vitens-traject vond ik wel een heel mooi voorbeeld hoe je als CIV Water samen met een bedrijf onderwijs ontwikkelt. ” En zo zitten we dan enkele weken later samen aan tafel in het Johannes de Doper Science Centre in Leeuwarden.

 

"Het is een heel uniek traject, waarbij twee doelgroepen worden geschoold: de medewerker bij Vitens én de mbo-student."

Pieter Hoekstra, projectleider.


"Waar het 10 jaar geleden nog belangrijk was dat iedereen een toets met 50 vragen maakte en een 7 kreeg, is nu de praktijk belangrijk. Met name de reflectie op de praktijk is leidend voor het leren."

Peet Ferwerda, directeur mbo Life Sciences

 

Vertel eens waarom we hier zijn. Wat houdt het Vitens-traject in?

Pieter Hoekstra: “Het Vitens-traject leidt op tot procesoperator techniek in de drinkwatersector en is speciaal ontwikkeld voor Vitens medewerkers.” Peet Ferwerda is vanuit MBO Life Sciences betrokken bij de ontwikkeling van het opleidingstraject. Ferwerda: “Het mooie is dat ook mbo-studenten deze opleiding als keuzedeel kunnen kiezen. In de opleiding staat het proces van winning, zuivering en distributie centraal en elk van de modules beslaat ongeveer 10 weken. Pieter Hoekstra en Peet Ferwerda zijn, terecht, trots. “Het is een heel uniek traject, waarbij twee doelgroepen worden geschoold: de medewerker bij Vitens én de mbo-student.”

Twee vliegen in één klap. Was dat ook de vraag van opdrachtgever Vitens?

Hoekstra: “De gemiddelde leeftijd van de mensen in de drinkwatersector is relatief hoog. Medewerkers doen op basis van ervaring al jaren het werk op een bepaalde manier. Het zijn vakmensen, maar als je als organisatie meer uniformiteit wilt in de te behalen resultaten dan is scholing daarvoor een goed middel.” Een voorbeeld hiervan is de analyse van een storing bij Vitens. Het uitzetten van de melding bij verschillende procesoperators levert ook verschillende antwoorden op. Vitens wil hier meer eenduidigheid en uniformiteit in, en vooral een kwalitatief goede oplossing. De opleiding MBO Life Sciences beseft dat er een dubbele klantenkant is. Mbo-studenten willen zichzelf ontwikkelen en bedrijven hebben kennis nodig voor hun eigen medewerkers.

Kennis is dus relevant voor zowel student als medewerker?

Ferwerda: “Peter Kloosterman, manager bij Vitens, gaf aan dat elke technicus die bij hem binnenkwam voldoende is opgeleid in de techniek, maar niet in de watertechnologie. Wat hij nodig had waren wateroperators.” Hoekstra: “Toen kwam de vraag hoe je dit organiseert. De vervolgstap was een gezamenlijke brainstorm met onderwijs en medewerkers van Vitens. ”Hoekstra: “Ook medewerkers die al jaren bij een werkgever zitten, moet je in beweging krijgen met het idee ‘Ik wil dit leren’. Dat gaat niet als je ze alleen op een cursus stuurt. Je wilt dat ze de kennis op doen en zichzelf willen ontwikkelen. Naast kennis en vaardigheden richt de opleiding voor Vitens zich op het ontwikkelen van competenties. Het verkrijgen van inhoudelijke kennis is belangrijk maar bovendien is verrijking van die kennis van belang.”

Ferwerda schetst de context: “Waar het 10 jaar geleden nog belangrijk was dat iedereen een toets met 50 vragen maakte en een 7 kreeg, is nu de praktijk belangrijk. Met name de reflectie op de praktijk is leidend voor het leren. Bedrijven hebben de neiging hier traditioneler over te denken: het draait vooral om kennis. Hoe je die benut en toepast komt daarbij op een later moment. Hier keren we dat juist om.”

Van praktijk naar kennis dus. Hoe verloopt het proces om dat vorm te geven? 

Pieter Hoekstra vertelt: “We hebben aantal fases doorlopen. Eerst hebben we het kader vastgelegd. Over welke onderwerpen hebben we het?” Ferwerda: “Daarbij keken we niet alleen naar kennis en vaardigheden, maar ook naar houding en gedrag. Hiervoor hebben we de samenwerking gezocht met TNO; die heeft een concept ‘Vakman nieuwe stijl’ ontwikkeld waarbij zij kijken naar deze specifieke competenties. Hoekstra: “Inhoud kwam zowel van Vitens, als vanuit het onderwijs (MBO Life Sciences en ROC Rivor), en TNO. CIV Water verbindt de belangen van de verschillende partijen. Dat leverde op dat hetgeen we samen met de bedrijven ontwikkelen voor hun eigen medewerkers, ook beschikbaar stellen voor de mbo-studenten.” Ferwerda scherpt aan. “Maar de credits zijn grotendeels voor Vitens, zij hebben een grote bijdrage geleverd.”

Na de verkenning volgde een verdiepingsslag. In diezelfde fase is het contact met Vitens geïntensiveerd. Zij gaven aan wat zij nodig hadden van een procesoperator op het gebied van waterwinning, -zuivering en -distributie. Daarin was ook procesbesturing en E/W techniek van belang. De onderwerpen waren nu meer gecategoriseerd.” In ronde drie kreeg de verdieping “een concreet vervolg waarbij een medewerker van Vitens en een medewerker van het onderwijs in duo’s werkte aan een bepaald thema. Ieder duo ontwikkelde de inhoud en de bijbehorende werkvormen.”

In publiek private duo’s samenwerken. Hoe leg je het eerste contact met een bedrijf voor zo’n traject?

Peet Ferwerda legt uit: “dat begon met een toevalligheid. Vitens en MBO Life Sciences kennen elkaar wel al langer. Dat helpt in de samenwerking. Maar voorheen was er vooral contact met de laborantenkant, niet aan de kant van procestechniek. Bij het uitbreiden van het CIV Waternetwerk kwam Pieter Hoekstra in contact met een Vitens-medewerker, die zeer positief was over onderwijsontwikkeling en de aanvliegroute van CIV Water. Toen hadden we ineens de juiste ingang bij Vitens.”

Het klinkt allemaal erg gestroomlijnd. Waren er ook knelpunten?

Ferwerda: “Niet bewust. Wat voor ons, aan de onderwijskant, al langer als belangrijk ontwikkeldoel wordt gezien is het belang van de competenties en de beroepshouding in het algemeen. In het vinden van de juiste weg voor inbedding in het onderwijs zijn de laatste tijd meters gemaakt. Wat voor Vitens een eyeopener was dat je daar in onderwijs veel aandacht aan kunt besteden, met name specifiek gericht op de beroepscontext. Want ja, mensen denken nu eenmaal over onderwijs zoals ze zelf ooit zijn opgeleid, en dan ook nog vaak vele tientallen jaren terug, maar zo gaat het helemaal niet meer.”

Wat kunnen andere centra leren van jullie traject?

Dat is volgens Ferwerda “de methodiek”. Want, zo zegt hij, “je moet deel van het ontwikkelproces zijnom het goed te kunnen doen. Dat geldt voor de opleider, maar ook voor CIV Water en de bedrijven. (…) Want dan wordt de essentie pas gepakt: dan ga je cases bespreken, af en toe zuchten, af en toe lachen en dan komt er concreets uit.”

Hoekstra vult aan: “Die duo’s die we gevormd hebben, iemand van het onderwijs die samenwerkt met een medewerker van Vitens, dat heeft een enorme boost gegeven aan het ontwikkelproces, dat raad ik andere centra ook aan.

Hierbij is de juiste toon van essentieel belang. Ferwerda: “Onderwijsinstellingen hebben ervaring met leren en dat willen we ook inbrengen. Maar dat moet niet op een zodanige manier dat de structuur al bepaald wordt. Je moet het helemaal openhouden.” Er is sprake van een gelijkwaardige relatie tussen onderwijs en bedrijf in een ontwikkeltraject. “Vanuit CIV Water hechten we erg aan het gelijkwaardige partnerschap. Je moet als onderwijs niet denken dat je bedrijven kunt zeggen hoe het moet. Maar jezelf ondergeschikt maken omdat het bedrijfsleven de praktische kennis heeft, is ook verkeerd.” De wens van de opdrachtgever moet helder zijn. Dat geeft je een vertrekpunt om vanuit te gaan praten.

Hoe blijft deze opleiding flexibel voor de toekomst? Want de vakman van nu is heel anders dan die van morgen.

Hoekstra: “Uit het partner netwerk van CIV Water wordt jaarlijks een innovatieteam gevormd in wisselende samenstelling. Ons innovatieteam is voor de flexibiliteit van onze trajecten van wezenlijk belang. Daarin zitten experts vanuit onze partners, die de ontwikkelingen voor de vakman van de toekomst schetsen. Maar volgend jaar zou dat beeld weer anders kunnen zijn. Daar is de WaterCommunity, het kennisplatform, ook heel belangrijk voor.” “De community toetst wat het innovatieteam bedenkt en herijkt zo de kennis.”

Waar staan we en nu en waar staan we over 5 jaar?

Hoekstra: “Met alle input die we sinds augustus 2014 in samenwerking met Vitens hebben verzameld geven we nu onderwijs vorm. Dit doen we in samenwerking met partnerscholen uit ons netwerk. Doel is om in september de opleiding Procesoperator techniek als keuzeonderdeel binnen het reguliere mbo-onderwijs te laten starten.”
Ferwerda schetst de stip op de horizon: “En met wat we nu hebben voor de operators kunnen we een doorvertaling maken naar de laboratoriumkant en de watermanagement en –beheerkant.”
Hoekstra: “Dit willen we ook weer in samenwerking met onze bedrijven- en onderwijspartners ontwikkelen. Daarom is een groot partnernetwerk voor ons erg belangrijk.”

meer weten?

Marcel van der Horst
+31 (0) 6 317 43 323
m.vanderhorst@civwater.nl

Afbeeldingen

Stemmen

40 / 273 stemmen

Twitter

Contact
Katapult
Oranjebuitensingel 6
2511 VE Den Haag

070-3119717
hallo@wijzijnkatapult.nl 

 

 

 

 

 

 

 

BLIJF OP DE HOOGTE STEL JE VRAAG       PRIVACY    CC BY-NC 

VOLG ONS OP